Naar de lesinhoud
EAW · E-learningsEerste module · vrij toegankelijk

Module 1 · Cloudstrategie en workloadkeuze

Cloudmodellen en verantwoordelijkheden

Bij cloud worden configureerbare voorzieningen op aanvraag beschikbaar gesteld en kan verbruik worden gemeten. Maak daarna twee afzonderlijke keuzes: welk servicemodel je afneemt en in welke deploymentcontext je werkt. IaaS, PaaS en SaaS beschrijven verschillende dienstgrenzen; publieke, private en hybride cloud beschrijven een andere as. Een virtuele machine is geen bewijs dat de organisatie een volwassen cloudoperatingmodel heeft.

Bij IaaS beheer je doorgaans meer van het besturingssysteem en de runtime; een beheerde applicatiedienst verplaatst een deel daarvan naar de leverancier. Ook dan blijven applicatiegedrag, rechten, data en afgesproken bedrijfscontinuïteit onderwerpen waarvoor de klant besluiten moet nemen. Beschrijf per concrete dienst wie uitvoert, wie accountable blijft en welk controlebewijs beschikbaar is. Het etiket “managed” is daarvoor te grof.

Vergelijk rehost, replatform, refactor, vervangen en bewust behouden op dezelfde scope. Rehost verplaatst met weinig applicatiewijziging, maar neemt vaak bestaande knelpunten mee. Replatform wijzigt een begrensd technisch fundament, bijvoorbeeld naar een beheerde database. Refactor verandert de applicatiearchitectuur en kan meer opleveren, maar vergroot het veranderwerk en de testopgave. SaaS-vervanging vraagt bovendien een functionele fitanalyse en een datamigratie.

Een hybride ontwerp is bij Noordhaven voorlopig een gevolg van N03. Multicloud is een aanvullende keuze die dubbele kennis, governance en herstelprocedures kan vragen. Gebruik een tweede provider alleen als een aantoonbaar concern de extra complexiteit rechtvaardigt. Portability is geen binaire eigenschap: beschrijf welk onderdeel je binnen welke tijd, met welke conversie en welke resterende afhankelijkheid wilt kunnen verplaatsen.

Drie verschillende beslissingen

Een servicemodel gaat over de afgenomen dienst en resterende werkzaamheden. Een deploymentmodel gaat over de inrichting en gebruikscontext van cloudomgevingen. Een sourcingkeuze gaat over wie de werkzaamheden uitvoert. Deze assen kun je combineren: een externe beheerpartner kan bijvoorbeeld klantwerkzaamheden op IaaS uitvoeren. Daardoor wordt de dienst niet automatisch PaaS en verdwijnt de verantwoordelijkheid van de organisatie voor haar bedrijfsproces niet.

Vergelijk de grenzen met één verandering: een beveiligingsupdate. Bij een virtuele machine moet je onderzoeken wie het gastbesturingssysteem bijwerkt. Bij een beheerde applicatiedienst verschuift dat werk deels, maar applicatiebibliotheken kunnen nog steeds jouw verantwoordelijkheid zijn. Bij SaaS onderzoek je onder meer gebruikersbeheer, instellingen, gegevensgebruik en de dienstverlening die je contractueel afneemt. Controleer steeds de concrete dienstvoorwaarden; een generiek plaatje bewijst de verdeling voor een specifieke dienst niet.

Architectonische invloed en veranderwerk

Rehost houdt applicatiegedrag grotendeels gelijk. Dat kan tijd winnen bij een aflopend hostingcontract, maar een lokaal bestandspad, handmatige configuratie of synchrone ERP-afhankelijkheid reist mogelijk mee. Replatform verandert geselecteerde voorzieningen. Onderzoek dan bijvoorbeeld ondersteunde databasefuncties en hoe sessies, bestanden en achtergrondtaken werken. Refactor wijzigt verantwoordelijkheden of interacties binnen de software; daarmee veranderen ook de benodigde regressietests en operationele signalen.

SaaS-vervanging is weer een andere afweging. Als Noordhaven haar aanvraagproces passend in een bestaande dienst kan uitvoeren, kan dat maatwerk verminderen. Functionele afwijkingen, integratie, dataoverdracht en exit moeten dan worden beoordeeld. Zonder zo’n fitanalyse is SaaS geen uitgewerkt alternatief. Je hoeft niet elke marktoptie volledig te onderzoeken, maar motiveer waarom een route wel of niet in de vergelijking blijft.

Wanneer hybride tijdelijk permanent wordt

Een hybride tussenfase krijgt vaak eigen beheer, kosten en afhankelijkheden. Bij Noordhaven duurt die fase volgens N03 ten minste de genoemde ERP-periode; ontwerp haar dus als een bruikbare toestand met verantwoordelijken en herstelafspraken. Noteer wat verdwijnt als ERP later verhuist. Anders ontstaat een tijdelijke koppeling die niemand durft te wijzigen en die onbedoeld de eindarchitectuur bepaalt. De exitproef uit N15 toetst de bedrijfsfunctie, inclusief deze afhankelijkheden.

Kernpunt

Een dienstlabel vervangt geen verantwoordelijkheidsverdeling of afweging.

Denk zelf na

Is “we gebruiken containers, dus we kunnen binnen twaalf maanden vertrekken” voldoende voor N15?

Uitgewerkt voorbeeld

Nee. De container bevat niet vanzelf databaseconversie, identiteit, operationele procedures, dataoverdracht en acceptatie van de alternatieve dienst. N15 vraagt een werkende bedrijfsfunctie en een beproefde exit.

Probeer het zelf

Je oefent zonder account. Je antwoorden worden niet op je account opgeslagen. Ze verdwijnen wanneer je deze pagina verlaat. Dit is geen officiële beoordeling.

Terug naar het moduleoverzicht

Verder met de volledige training?

In de volledige training werk je door aan de vervolgmodules en bewaar je je voortgang op je account.

Bekijk de volledige training

Al toegang? Ga naar je cursus