Introductie · Starten met de casus
Declaris — casusdossier bij deze eerste module
Leeswijzer en casusstatus
Alle organisaties, systemen, personen, bedragen en gebeurtenissen in dit dossier zijn fictieve onderwijsgegevens. De regels zijn expliciete ontwerpkeuzes voor de casus; zij beschrijven geen echte zorgadministratie en zijn geen juridische standaard. We rekenen niet met btw, verzekeringsvergoedingen, creditnota's of rente. Die vereenvoudiging geldt uitsluitend voor de rekenopdrachten. Bedragen in het JSON-bestand zijn gehele eurocenten.
Gebruik dit dossier naast de lessen. Een verwijzing naar A1–A10 gaat naar de onderstaande modellen en tabellen. De gevulde modellen en tabellen zijn uitgewerkte voorbeelden; de losse oefening per les vraagt een volgende denkstap. De eindbeoordeling gebruikt een ander dossier.
A1 — Opdracht, concerns en scope
Declaris verzorgt administratieve facturatie en betalingsopvolging voor aangesloten aanbieders. De organisatie wil betrouwbare rapportages en passende portaaltoegang. De opdrachtgever vraagt of hetzelfde woord patiënt overal hetzelfde moet betekenen. Je opdracht is die vraag te verhelderen voordat een systeemkeuze wordt gemaakt.
In scope: personen, verrichtingen, facturatie, ontvangen betalingen, noodzakelijke gegevensuitwisseling, rapportagetellingen en een afgebakend toegangsvoorbeeld. Buiten scope: medisch dossier, verzekeringsrecht, fiscale verwerking en selectie van een platformproduct.
Stakeholder | Concern | Benodigde onderbouwing |
|---|---|---|
Directie | Kunnen we uitleggen wat we rapporteren? | Metriekdefinitie, peildatum, herkomst, beperkingen |
Aanleverbeheer | Raken ontvangen verrichtingen de juiste persoon? | Identificatiemapping, onzekere matches, uitzonderingen |
Facturatie | Blijft duidelijk op welk account en aan wie is gefactureerd? | Relaties, historische vastlegging en correctieprocedure |
Betalingsopvolging | Welk bedrag staat volgens deze administratie nog open? | Factuurregels, toerekeningen en reconciliatie |
Portaalbeheer | Wordt alleen de toegestane informatie getoond? | Gebruiker–gegeven–handeling–voorwaarde |
Gegevensverantwoordelijken | Zijn besluiten en wijzigingen beheersbaar? | Bevoegdheden, besluitregister, evaluatiemoment |
Een concern is hier de te beantwoorden zorg of interesse. Een wens voor een eigen database is een mogelijke oplossing; vraag eerst welk concern die oplossing dient. Verschillende concerns kunnen tegelijk legitiem zijn.
A2 — Begrippen en expliciete regels
Code | Begrip | Definitie in deze casus |
|---|---|---|
E01 | Persoon | Individu waarover voor deze administratie gegevens worden vastgelegd; onafhankelijk van de rol als zorgontvanger of betaler |
E02 | Verrichting | Administratief vastgelegde prestatie met datum, behorend bij één persoon |
E03 | Factuuraccount | Administratieve eenheid waarop facturen worden verzameld; dit is geen persoon |
E04 | Betalersrelatie | In de casus vastgelegde relatie tussen een factuuraccount en een persoon, met geldigheidsperiode |
E05 | Factuur | Gedateerde administratieve vordering in de casus, uitgegeven op één factuuraccount |
E06 | Factuurregel | Regel van een factuur die een verrichting en bedrag vastlegt |
E07 | Betaling | Geregistreerde ontvangst met bedrag, effectieve datum en registratiedatum |
E08 | Betalingstoerekening | Bedrag uit een betaling dat aan een factuur is gekoppeld |
E09 | Bronidentificatie | Identificerend gegeven waarvan ook de uitgevende bron en geldigheid worden vastgelegd |
E10 | Toegangsverlening | Afzonderlijk vastgelegde toestemming binnen het fictieve toegangsbeleid, met gebruiker, gegeven, handeling en geldigheid |
Behandelde persoon is in de telling een persoon met minstens één verrichting in de periode. Het is niet automatisch een tweede identiteit. Een persoon kan ook betaler zijn. Factuuraccount is een ander soort object. De oude term factuurrelatie wordt in deze versie niet als verzamelnaam gebruikt: account, betaler en relatie worden apart benoemd.
Vastgestelde casusregels:
- Elke verrichting verwijst naar precies één persoon. Een persoon kan zonder verrichting bestaan.
- Elke factuur heeft precies één account en minstens één regel. Elke regel verwijst in deze vereenvoudiging naar één verrichting.
- Er is geen algemene regel dat één persoon slechts één account kan gebruiken. Routering wordt per factuur vastgelegd; de gevolgde regel en uitzonderingen moeten uitlegbaar zijn.
- Voor dit scenario geldt op een peildatum precies één aangewezen betaler per actief account. Dit is een oefenregel, geen uitspraak over alle contractvormen. De perioden van opeenvolgende betalers overlappen niet.
- Een betaling kan over facturen worden verdeeld; één factuur kan toerekeningen uit verschillende betalingen hebben. Een ontoegerekende betaling blijft herkenbaar en wordt niet stilzwijgend uit de administratie verwijderd.
- Identificatie, betaalrelatie en toegangsrecht zijn aparte afspraken. Betaler zijn verleent in het portaalvoorbeeld geen automatische toegang tot verrichtingsdetails.
Beslis op basis van betekenis en bedrijfsregels of iets een entiteit, rol, subtype, relatie of afleiding is. Een typeveld of een lege kolom is daarvoor hooguit een aanwijzing. Zonder expliciete regels is het model nog een voorstel.
A3 — Conceptueel en logisch model
De figuur geeft de kernrelaties. Lees de precieze aantallen in de tabel. Dezelfde entiteiten keren terug op verschillende detailniveaus; zij worden niet vervangen door TOGAF-componenten zodra een model gedetailleerder wordt.
Relatie | Regel vanuit links | Regel vanuit rechts |
|---|---|---|
Persoon–Verrichting | Persoon heeft nul of meer verrichtingen | Verrichting behoort bij precies één persoon |
Factuuraccount–Factuur | Account heeft nul of meer facturen | Factuur behoort bij precies één account |
Factuur–Factuurregel | Factuur heeft één of meer regels | Regel behoort bij precies één factuur |
Verrichting–Factuurregel | In het oefenbestand één regel per verrichting; correcties vragen aanvullend ontwerp | Regel verwijst naar precies één verrichting |
Betaling–Betalingstoerekening | Betaling heeft nul of meer toerekeningen | Toerekening verwijst naar precies één betaling |
Factuur–Betalingstoerekening | Factuur heeft nul of meer toerekeningen | Toerekening verwijst naar precies één factuur |
Factuuraccount–Betalersrelatie | Account heeft over tijd één of meer relaties | Relatie behoort bij precies één account |
Persoon–Betalersrelatie | Persoon heeft nul of meer relaties | Relatie wijst precies één persoon aan |
Logische uitwerking, onafhankelijk van een gekozen databaseproduct:
Object | Identificatie | Vereiste eigenschappen en beperkingen |
|---|---|---|
Persoon | persoon-id | Interne identificatie; bronidentificaties afzonderlijk met uitgevende bron |
Verrichting | verrichting-id | Persoon-id, prestatiedatum, omschrijving binnen toegestane scope |
Factuuraccount | account-id | Accountstatus; actuele betaler afleidbaar uit de geldige relatie |
Betalersrelatie | relatie-id | Account-id, persoon-id, geldig-vanaf, geldig-tot; eindgrens exclusief |
Factuur | factuur-id | Account-id, uitgiftedatum, vastgelegde betaler bij uitgifte |
Factuurregel | regel-id | Factuur-id, verrichting-id, bedrag als exact decimaal waardedomein |
Betaling | betaling-id | Bedrag, effectieve datum, registratiedatum |
Betalingstoerekening | toerekening-id | Betaling-id, factuur-id, toegerekend bedrag |
Het logische model bevat de betekenis van identificatie en waardedomeinen. Een fysieke uitwerking kiest bijvoorbeeld exacte kolomtypen, indexen en opslag. Dat een logisch model een getal of datum noemt, maakt het nog niet productspecifiek.
De gegevensbestanden gebruiken compacte veldnamen en verwijzingen. Zij zijn een demonstratie van gegevensinstanties, geen productieontwerp voor een database. Toerekening-id's zijn in de kleine JSON-weergave impliciet de rijen; bij een technische realisatie moet identificatie van die rijen expliciet worden gekozen.
A4 — Kleine, narekenbare gegevensset
Verrichting | Persoon | Datum | Factuurregel | Factuur | Account | Bedrag |
|---|---|---|---|---|---|---|
V01 | P01 | 10 augustus | L01 | F01 | A01 | €50 |
V02 | P02 | 10 augustus | L02 | F01 | A01 | €70 |
V03 | P03 | 19 augustus | L03 | F02 | A02 | €80 |
V04 | P04 | 30 augustus | L04 | F03 | A02 | €40 |
Alle datums in deze tabel zijn in 2026. F01 is uitgegeven op 12 augustus, F02 op 20 augustus en F03 op 31 augustus. P01 is de betaler van A01. P03 is tot 1 september de betaler van A02; vanaf 1 september wordt dit P04. De uitgereikte facturen behouden de vastgelegde betaler bij uitgifte. Een correctie daarop wordt afzonderlijk beoordeeld en niet via de actuele accountrelatie afgeleid.
Betaling | Effectieve datum | Geregistreerd | Bedrag | Toegerekend aan |
|---|---|---|---|---|
B01 | 20 augustus 2026 | 20 augustus 2026 | €70 | F01 |
B02 | 31 augustus 2026 | 1 september 2026 | €80 | F02 |
Uitgewerkt voorbeeld, zakelijke peildatum 31 augustus en kennisdatum 2 september:
- F01: €120 gefactureerd minus €70 toegerekend = €50 open.
- F02: €80 gefactureerd minus €80 toegerekend = €0 open.
- F03: €40 gefactureerd minus €0 toegerekend = €40 open.
- Totaal: €240 gefactureerd, €150 toegerekend en €90 open.
Deze bedragen zijn geen uitspraak over omzetverantwoording. Zij volgen uitsluitend uit de administratieve rekenregels van de casus. Er zijn geen ontoegerekende betalingen in de basisset. In een echt dossier moet je die expliciet meenemen in reconciliatie.
A5 — Metriekdefinities en herkomst
Metriek | Definitie | Uitkomst basisset |
|---|---|---|
M01 behandelde personen | Unieke persoon-id's met een verrichting in augustus | 4 |
M02 gefactureerde accounts | Unieke account-id's met een in augustus uitgegeven factuur | 2 |
M03 personen op volledig betaalde facturen | Unieke personen achter regels van facturen waarvan het open bedrag op peildatum nul is; kennisdatum 2 september | 1 |
M04 gefactureerd bedrag | Som van de vier factuurregelbedragen | €240 |
M05 toegerekende ontvangsten | Som van toerekeningen die op de zakelijke peildatum gelden en op de kennisdatum bekend zijn | €150 |
M06 open bedrag | M04 minus M05 in deze vereenvoudigde scope | €90 |
M03 telt P03. Dat P01 betaler is, betekent niet dat betaling B01 volledig aan de zorg van P01 kan worden toegeschreven. De toerekening is hier op factuurniveau, niet op persoons- of regelniveau. Die granulariteit begrenst welke conclusies je kunt trekken.
Een metriekkaart bevat verder eigenaar, doel, filters, periode, peildatum, kennisdatum, versie en herkomst. In deze casus beslist de directie over het gebruiksdoel; de verantwoordelijke voor rapportages beheert de metriekkaart samen met de betrokken gegevensverantwoordelijken. Een nieuwe rapportagevraag wordt niet opgelost door alle bestaande metrieken te hernoemen.
Vraag je wat op 31 augustus bekend was, dan ontbreekt B02: toegerekend €70, open €170. Vraag je op 2 september naar de effectieve stand van 31 augustus, dan telt B02 wel: €150 en €90. Beide uitkomsten zijn reproduceerbaar als beide tijdsvragen zijn vastgelegd. Een herzien cijfer is niet hetzelfde als een ongemerkt veranderd historisch rapport.
A6 — Verantwoordelijkheden en componenten
De volgende indeling is een ontwerpvoorstel voor Declaris. Zij is geen normatieve TOGAF-catalogus en geen voorschrift dat iedere organisatie deze componenten nodig heeft.
Logische gegevensgroep | Afgebakende inhoud | Voorbeeld fysieke realisatie |
|---|---|---|
LC01 Identiteitsgegevens | Persoon en bronidentificaties | PC01 identiteitsschema |
LC02 Facturatiegegevens | Account, betalersrelatie, factuur en factuurregel | PC02 facturatieschema |
LC03 Betalingsgegevens | Betaling en toerekening | PC03 betalingsschema |
LC04 Prestatiegegevens | Verrichting en aanleververwijzing | PC04 aanleverregister |
LC05 Toegangsgegevens | Afzonderlijke toegangsverleningen en geldigheid | PC05 autorisatieregister |
Een groep gegevens kan om beheers-, beveiligings- of realisatieredenen worden afgebakend. Een model beschrijft de structuur en samenhang; een component begrenst een samenhangend deel daarvan. Het voorbeeld laat verschillende schema's zien om het onderscheid uit te leggen; het schrijft geen vijf losse databaseproducten voor.
Organisatorisch besluitmandaat ligt bij benoemde functies: Identiteitsbeheer beslist over matchingregels, Facturatiebeheer over account- en factuurregels, Betalingsbeheer over toerekening, Aanleverbeheer over acceptatie van verrichtingen, en de aangewezen beleidsverantwoordelijke over toegangsregels. De definitieve mandaten zijn in de casus een expliciet goed te keuren ontwerpbesluit. Een applicatie heeft geen bestuurlijk mandaat.
Gegevens-/applicatiematrix van de target
Legenda: B = beheert de aangewezen registratie; A = aanleveren via afgesproken interface; L = lezen onder voorwaarden; G = afgeleide rapportagekopie. B betekent hier niet dat een systeem ook de organisatorische eigenaar is. De tabel is bewust geen volledige CRUD-specificatie; verwijderen en correctie krijgen een eigen levenscyclusbesluit.
Gegevens | S01 Aanlevering | S02 Facturatie | S03 Betalingen | S04 Rapportage | S05 Portaal |
|---|---|---|---|---|---|
Persoon en bronidentificaties | A | B | L beperkt | G beperkt | L beperkt |
Verrichting | B | L | — | G beperkt | L indien toegestaan |
Account, factuur, regels | — | B | L | G | L indien toegestaan |
Betaling en toerekening | — | L | B | G | L indien toegestaan |
Toegangsverlening | — | — | — | — | B |
Dit is een voorstel voor taakverdeling, geen algemene eis dat iedere entiteit exact één systeem moet hebben. Een verdedigbaar alternatief kan meerdere aangewezen registraties hebben, mits scope, conflictregels en uitwisseling expliciet zijn. Iedere L of G moet nog worden vertaald naar toegestane gegevens en doeleinden. Leestoegang tot financiële referenties betekent bijvoorbeeld niet leestoegang tot verrichtingsdetails.
Terug naar het moduleoverzicht
Verder met de volledige training?
In de volledige training werk je door aan de vervolgmodules en bewaar je je voortgang op je account.
Bekijk de volledige training