Module 1 · Wat architectuur oplost
Eenheid 5 — Wanneer toetsing werkt en wanneer niet
Leerdoel L5 · circa 3 minuten
Toetsing werkt goed wanneer drie dingen kloppen: er is een aanwijsbaar risico, de criteria zijn vooraf bekend, en het toetsmoment ligt vroeg genoeg om er iets mee te kunnen.
De valkuil ontstaat wanneer toetsing de énige vorm van betrokkenheid is. De architect wordt geraadpleegd als het ontwerp af is. Hij ziet een probleem dat aan het begin oplosbaar was en nu duur is. Hij zegt nee. Het project vraagt een uitzondering, krijgt die, en de volgende keer wordt hij later betrokken — of niet.
De verbetering is niet meer gezag maar een ander moment: betrokken zijn wanneer het besluit nog open is. Alleen toetsen levert oordelen. Meedenken levert opties met gevolgen. Het tweede is bruikbaar voor een bestuurder, het eerste zelden.
Verwerking (zelf oefenen — geen antwoord verwacht, niet opgeslagen) Beschrijf voor uzelf een situatie waarin u of een collega te laat werd betrokken. Wat was er op een eerder moment mogelijk geweest? Dit leerdoel kun je oefenen in O2 deel D, met een casus.
Terug naar het moduleoverzicht
Verder met de volledige training?
In de volledige training werk je door aan de vervolgmodules en bewaar je je voortgang op je account.
Bekijk de volledige training