Module 1 · Wat infrastructuur is en wat het moet kunnen
De grens tussen applicatie, platform en infrastructuur
Deze cursus gebruikt voor technische analyse drie lagen. De applicatie ondersteunt een herkenbare gebruikers- of bedrijfsfunctie. Het applicatieplatform levert gedeelde runtime-, integratie- en gegevensmogelijkheden waarop applicaties steunen. De infrastructuur levert de onderliggende eindpunt-, besturingssysteem-, compute-, opslag-, netwerk- en datacentermogelijkheden.
De laag volgt uit geleverde functie en verantwoordelijkheid, niet uit de vraag of iets hardware of software is. Een databaseproduct kan applicatieplatform zijn, terwijl het besturingssysteem en de compute waarop het draait tot infrastructuur worden gerekend. Een hypervisor is software, maar realiseert in het gekozen praktijkmodel een deel van compute. Een containerorkestratieplatform wordt in deze cursus als applicatieplatform behandeld. Een organisatie mag anders afbakenen, mits zij de keuze en gevolgen expliciet maakt.
Gebruik bij een grensgeval vier vragen: welke dienst levert het object; welke afnemers gebruiken die dienst; wie beslist over wijziging en lifecycle; en welk hoger gelegen gebruikerspad valt uit wanneer het object faalt? Daarmee wordt de grens toetsbaar en blijven afhankelijkheden zichtbaar.
Bij de traagheidsklacht op Haven en Duin zijn integratie, database, netwerk en compute allemaal mogelijke verklaringslagen. Zonder end-to-endmeting is geen daarvan de oorzaak. Classificeer daarom zes Brandaris-componenten en noteer per component zowel de gekozen laag als de afhankelijkheid naar de andere lagen.
Grens
De laag bepaalt het gesprek
Terug naar het moduleoverzicht
Verder met de volledige training?
In de volledige training werk je door aan de vervolgmodules en bewaar je je voortgang op je account.
Bekijk de volledige training