Module 1 · Wat infrastructuur is en wat het moet kunnen
Applicatietypen bepalen de eis
Voordat u infrastructuur kiest, beschrijft u de gebruikersuitkomst en het werkprofiel. Drie werkvormen helpen om de eerste vragen te ordenen, maar leveren geen universele norm.
Interactief: een gebruiker vraagt iets en wacht op een waarneembaar antwoord. Meet daarom het volledige gebruikerspad, inclusief het moment waarop betekenisvolle informatie verschijnt en de handeling kan worden voltooid. De aanvaardbare grens komt van gebruikersonderzoek, procesimpact en een bevestigd requirement—niet van een algemeen getal uit deze cursus.
Tijdkritisch: een uitkomst moet binnen een beperkte en voorspelbare tijd volgen. Vraag naar maximale vertraging, variatie, verlies en gedrag bij overschrijding. ‘Realtime’ zonder deze vier eigenschappen is geen toetsbare classificatie.
Batch of asynchroon: werk wordt gebundeld of later voltooid. Relevante eigenschappen zijn onder meer doorvoer, uiterste voltooitijd, herstelbaarheid, herstartgedrag en kosten.
Eén systeem kan meerdere werkprofielen hebben. De laboratoriumuitwisseling van Brandaris is technisch een periodieke gegevensstroom, terwijl een arts op een uitslag wacht. Ontwerp daarom niet op het etiket van de techniek, maar op de bevestigde uitkomst per gebruiker en proces.
Werk de vijf casusdiensten uit met: gebruiker, uitkomst, werkprofiel, meetpunt, kwaliteitsvraag en bronstatus. Schrijf Onbekend waar de grens niet is bevestigd.
Eis
Begin bij wie wacht
Terug naar het moduleoverzicht
Verder met de volledige training?
In de volledige training werk je door aan de vervolgmodules en bewaar je je voortgang op je account.
Bekijk de volledige training